De Hollandse waterlinie

Als toeristen Nederland bezoeken dan hanteren zij een shortlist voor hun tour. Dat zijn vaak de museau met beroemde werken van Rembrandt, Vermeer en Van Gogh. Buiten de musea bezoeken zij de historische oude Hollandse binnensteden of men trekt naar buiten om de Fameuze Watermolens van Kinderdijk of de Zaanse Schans te bewonderen. Dit zijn allemaal zaken die een plaats kregen op de Unesco Werelderfgoed lijst.

Maar één Nederlands object komt minder in beeld en toch is de enige concurrent in haar categorie de Grote Chinese Muur is. Wij spreken over de Hollandse Waterlinie: al eeuwenlang is deze hier van zeer groot belang.

Er is een gezegde: “God schiep de aarde – maar de Hollanders creerden hun eigen land.” Maar ook dat “de wateren nemen en geven”. Dat is exact wat de Hollanders deden: het water werd van een vijand op sommige momenten ook een bondgenoot.

Dit proces begon in de 16de eeuw. In 1568 begon de opstand tegen de Spaanse overheerser met een verbond van 10 Hollandse steden. Zij verdedigden zich door het gebied rond hun omgeving onder water te zetten. Het leidde tot een langdurige strijd van 80 jaar maar uiteindelijk was in de 17de eeuw Holland als onderdeel van de Republiek van de Verenigde Nederlanden een vrije en vooral zelfstandige Wereldmacht.  Het succes van de verdediging werd vooral toegeschreven aan de inundaties nu genoemd de Hollandse Waterlinie.

Bij die gewonnen vrijheid bleef de dreiging van de grote en jaloerse buurlanden als Engeland, Frankrijk en Duitsland. Veel geld aan Defensie wilden de zuinige Hollanders niet besteden en water was er volop. Zo bleef het waterlinie een redelijk succesvol concept tot 1940.

In de 19de eeuw werd besloten het orginele plan “inundatie van grote naderingsgebieden” aan te passen tot Nieuwe Hollandse Waterlinie. Een kunstig waterbouwkundig systeem moest zorgen voor een exact berekende waterdiepte bij ieder nadering. Onderkende naderingen via dijken werden in combinatie met de essentiële sluizen beheerst door forten. Voor  vijandelijk infanterie of voertuigen betekende de daar onzichtbare aanwezigheid van sloten een dodelijk risico. De bouw en de aanpassingen volgden de militaire ontwikkelingen tot 1940.
Uiteindelijk is de linie 85km lang geworden, met daarin niet minder dan 68 duurzame vestingwerken/ Daaronder 45 forten, 6 vestingen en 2 kastelen waarvan we er tijdens onze ritten een aantal zullen zien. Fort Altena gaan we ook bezoeken. Als de volledige linie onder water wordt gezet bestaat er een hoogte verschil tussen locaties van 4 meter en waarbij de breedte van de overstroomde gebieden varieert van 3 tot 5km. Het Zuidelijke deel van deze Nieuwe Waterlinie is Nationaal Park de Biesbosch: dit zullen we varend bezoeken

De schoonheid en het natuurbelang van de Waterlinie zal duidelijk worden bij een bezoek, waarbij ook de leefomstandigheden van de bezetting aan de orde komen